Maker

I travel not in order to return. I cannot return to the point-of-departure because, in the meantime, I have been changed. This is why I say:
“I don’t make the film, the film makes me.”

(O’Rourke, 1999)

***

Ik werd in 1989 geboren te Brugge en groeide op in een creatief nest. Aan de Sint-Jozefhumaniora studeerde ik Latijn-Wetenschappen, zat ik in de schoolraad en nam ik de organisatie van tal van schoolactiviteiten op mij. In mijn vrije tijd hield ik mij bezig met toneel en muziek. In 2007 startte ik de filmopleiding aan het KASK, voornamelijk uit interesse voor acteursregie. Uiteindelijk bleken documentaires meer mijn ding te zijn. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in verhalen van mensen. Als documentairemaakster probeer ik deze verhalen op beeld te vangen en te tonen aan een publiek. Het raakt me dat mensen maar al te vaak ten onrechte in hokjes gestopt worden. De rode draad doorheen mijn films is dan ook het doorbreken van stereotypen rond allerhande thema’s. Zo maakte ik onder meer documentaires over de ziekte van Parkinson, campingbewoners en transgenderisme. Door de reizen die ik maakte en de start van mijn conflict- en ontwikkelingsstudies, ben ik enorm gedreven om ook in het buitenland documentaires te maken die bijdragen tot het doorbreken van ons denkbeeld over ‘de ander’.

maithefranco


Interview
(Clara Vermeersch & Benjamin Dalle, april 2012)

Wat zette je er toe aan documentaires te gaan maken?

Aan het begin van mijn filmopleiding dacht ik vooral in de richting van fictie verder te gaan, maar om mijn grote interesse voor échte mensen en hun verhalen, die er altijd al geweest was, kon ik niet heen. Documentaires maken voelt veel natuurlijker aan, ik kan er mijn empathie en leergierigheid in kwijt.

Wat wil je als documentairemaakster bereiken bij de kijkers?

De rode draad die doorheen de meeste van mijn documentaires loopt, is een verhaal brengen rond een thema waar vaak veel misvattingen over bestaan. Ik wil mensen als mensen laten zien en niet als één of andere curiositeit. De hokjes waarin mensen soms in gestopt worden, die tracht ik open te breken. Zo maakte ik tijdens mijn opleiding documentaires over de transseksuele Ulrike, campingbewoners, de ziekte van Parkinson, … Ook in mijn afstudeerproject vind je die drang terug. Inhoudelijk, maar evengoed door de manier van werken op zich. Het feit dat ik in mijn eentje met duur materiaal in een township zonder incidenten kon rondlopen, doorbreekt ook al het clichébeeld dat over Zuid-Afrika bestaat.

Films maken is soms confronterend, heeft dat jouw blik op de wereld ook al veranderd? 

Absoluut, dat maakt het juist zo interessant. Soms begin ik zelf aan een documentaire omdat ik een bepaald beeld heb over mensen of een situatie. Langzamerhand kom ik dan steeds meer te weten en wordt mijn beeld veel breder. Dat hoop ik natuurlijk ook bij de kijkers te bereiken. Mijn films moeten eye-openers zijn, zonder een bepaalde waarheid te gaan claimen.

Wat wou je bereiken met deze film?

Zoals reeds gezegd wil ik graag laten zien dat een beeld of situatie niet altijd is wat je denkt. Neem nu Kliptown: vanop de brug zie je enkel daken gemaakt uit golfplaten en de gemeenschappelijke waterkranen: een armoedige indruk. Wanneer je de wijk binnenstapt, is de sfeer er volledig anders dan wat je van de bovenkant ziet: het is er gezellig en kleurrijk, hoewel je nooit om de armoede heen kunt. Binnen die context wil ik graag twee kanten van een verhaal laten zien: enerzijds dat van enkele mensen die in de wijk wonen of gewoond hebben, anderzijds dat van de gidsen die vol liefde voor hun job de toeristen zoveel mogelijk aspecten van een township willen tonen. Toch is er iets dat botst in die situatie, ondanks het feit dat alle partijen het goed bedoelen. Ik wil die botsing laten zien, maar ook het verhaal erachter zoeken.

Kon je tijdens je verblijf in Soweto objectief blijven?

Dat was één van de moeilijkste aspecten aan dit project. Het initiële idee was een film te maken over de vooroordelen die wij in het Westen vaak hebben over Afrika en de manier van leven daar. Ik wilde graag stereotypen doorbreken en mensen doen nadenken over hun blik op de wereld. Het probleem was echter dat ik me daar zodanig op ging focussen, dat ik zelf vanuit een bevooroordeelde blik aan de opnames ben gestart. Ik wist heel goed dat ik de inwoners niet in een slachtofferrol wilde duwen en de toeristen niet als schuldigen wilde aanwijzen, maar onbewust is het daar toch naartoe geëvolueerd. Tijdens de montage voelde ik aan dat dit niet goed zat en heb ik beslist om het jaar erop terug te keren en op een andere manier te werk te gaan. Ik ben uiteindelijk zonder crew teruggekeerd met het idee portretten te maken over mensen die in de sloppenwijk wonen enerzijds en over enkele tourguides anderzijds, in plaats van een bepaalde boodschap na te streven. Op die manier heb ik veel meer bereikt en heb ik respect gekregen voor ‘beide kanten van de spoorwegbrug’ zal ik maar zeggen. Ik wilde ook wel geen objectieve reportage gaan maken. Het is de bedoeling dat de kijker echt voelt dat het mijn eigen kijk op de situatie is. Iedereen mag de film op zijn eigen manier interpreteren.

Ondervond je weerstand van de bevolking? Waren er mensen die expliciet wel of niet wilden meewerken aan het filmproject?

De grootste weerstand die ik ter plaatse ondervond, was ikzelf. Zeker tijdens de eerste opnameperiode: hoewel ze mij en mijn crew meteen accepteerden, worstelde ik heel erg met twijfels of ik daar nu als filmmaker of als toerist was. Achteraf heb ik mijn scriptie over dit onderwerp geschreven en dat heeft me erg geholpen om alles te leren plaatsen. Het is ook niet onlogisch dat je als filmmaker in dergelijke situatie met die twijfels geconfronteerd wordt. Toen ik tijdens de tweede opnameperiode Kliptown voor het eerst, op mijn eentje, terug bezocht, werd ik meteen geconfronteerd met de realiteit van het leven in die wijk. Verschillende mensen vroegen me om geld, zelfs mensen die ik vorig jaar had geïnterviewd en die zeiden dat ze niets verwachtten van toeristen die in hun wijk kwamen rondlopen. Ook bij Sizwe, die ik volg in de documentaire, heb ik vaak een dubbel gevoel gehad. De eerste opnamedag werd ik meteen gekatapulteerd tot t-shirtsponsor van zijn koor dat later naar mij genoemd zou worden. Dat zorgde voor veel twijfels: geloven ze nu echt in het project, of is het voor sommigen onder hen een (financiële) kans? Iedereen die ik tegenkwam en over de film vertelde, was wel van mening dat ik met de film dingen zou kunnen veranderen, voornamelijk aan de huizen waarin ze wonen. Het moeilijke was dat ik besefte dat ik als Belgische niets concreet zou kunnen veranderen aan hun situatie, maar dat ik wel gezien werd als iemand die hen kwam helpen.

Je bent jong, een vrouw en komt uit België. Hoe was de houding van de mensen daar ten opzichte van jou als persoon?

Ik denk dat het geen toeval is dat de hoofdpersonages in de documentaire allemaal mannen zijn (lacht). De acceptatie van mij als persoon ligt aan verschillende zaken. Enerzijds is er de complexe geschiedenis van Soweto in Zuid-Afrika als land: je moet weten dat in deze township leiders als Nelson Mandela en Desmond Tutu de strijd tegen de apartheid hebben ingezet. Pas in 1994 werd de apartheid in Zuid-Afrika afgeschaft. Dat blanken een bezoek komen brengen aan Soweto, is voor heel wat inwoners een grote eer. Heel veel werd mij gezegd dat men blij was mij, en daarmee bedoelden ze ongetwijfeld blanken in het algemeen, in Soweto te zien: it means freedom has come to our country. Bovendien werd ik vaak aangesproken door zowel mannen als vrouwen die verbaasd waren over het feit dat ik daar alleen, als blanke én als vrouw, durfde rondlopen. De nieuwsgierigheid langs beide kanten was groot. Mensen sloten me sowieso makkelijk in hun armen omdat ik, in tegenstelling tot het tafereel met de bussen dat ze dagelijks zien, wel met hen kwam praten. Het enige probleem dat ik écht omwille van deze aspecten ondervond, was de overbezorgheid van sommige, meestal iets oudere, mensen. Toen ik op de brug stond de filmen, was er zelfs een man die stopte en mij zijn kaartje gaf: ‘private security company’ stond erop.

Vond je de resultaten die je behaalde verrassend of eerder een bevestiging van wat je verwacht had te zien?

Tijdens de eerste opnameperiode zag ik zelf alleen maar wat ik bevestigd wou zien: de perversiteit waarmee toeristen de armoede fotograferen en hun narrow minded thinking. Maar achteraf kwam ik natuurlijk tot de vaststelling dat ik net zo gehandeld had tegenover hen. Dat was verrassend, maar dan in negatieve zin. Toch ben ik ervan overtuigd dat ik die eerste opnameperiode heb nodig gehad om heel bewust te kunnen worden van mijn eigen plaats als buitenlandse filmmaker in Soweto. Het heeft me alleen maar geholpen om tijdens de tweede opnameperiode  met een open blik wél op verrassingen te botsen.

Ben je van plan verder te gaan met projecten rond deze problematiek, of is dit voor jou nu een afgewerkt project?

Het kriebelt natuurlijk om verder rond dergelijke problematieken documentaires te gaan maken. Dat kan dicht bij huis zijn, maar ik sluit niet uit dat dat ergens op een paar duizend kilometer van hier is. Door te reizen en het maken van documentaires poog ik de wereld beter te begrijpen, in hoeverre dat mogelijk is natuurlijk. Volgend jaar wil ik ook mijn extra studies ‘Conflict and Development’ afronden, wat me hopelijk zal helpen in die richting verder te gaan. Zowel Soweto als de thematiek rond toerisme blijven me nog steeds eindeloos boeien, maar nu heb ik meer zin in nieuwe projecten die op hun beurt mijn, en hopelijk ook andermans, ogen kunnen openen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s